Algemene informatie over Polen
Poolse les
Polen heeft een oppervlakte van 312.68 km2 en ligt in het hart van Europa. Polen telt ongeveer 38,6 miljoen inwoners. Een heel groot deel van de Poolse bevolking is katholiek, maar in het gebied Silezie wonen ook veel protestanten. De christelijke feestdagen zoals Kerstmis, Pasen, Sacramentsdag en Maria-Hemelvaart worden uitgebreid gevierd. De winkels zijn dan gesloten, net als op iedere zondag. Zaterdagmiddag sluiten de winkels rond 14.00 uur.
De prijzen in Polen zijn over het algemeen nog steeds lager dan in West-Europa. De munteenheid van Polen is de zloty. Een zloty onderverdeeld in 100 grosze. In januari 1997 zijn er 4 nullen van de zloty afgehaald zodat 10.000 zlote 1 Poolse Nieuwe Zloty (PLN) is geworden. De oude bankbiljetten zijn toen uit de omloop gehaald. 1 PLN is ca. 0.26 euro waard. Creditcards worden op veel plaatsen in Polen geaccepteerd. Pinautomaten zijn bijna overal te vinden.
De Poolse taal behoort tot de West-Slavische tak van de familie van Baltoslavische talen. Deze stammen weer af van de Indogermaanse talen. De Poolse taal vertoont overeenkomsten met het Tsjechisch, Russisch en Bulgaars. Kijk eens bij de Poolse les in het menu voor een eerste kennismaking met de Poolse taal.
Klimaat
Het Poolse klimaat vormt de overgang van een gematigd zeeklimaat in het noorden en westen naar een droog landklimaat in het zuiden en oosten. Net als in Nederland waait er overwegend een westenwind. Het weer in de bergen kan snel veranderen. Polen heeft, over het algemeen, warme zomers. Meestal is er in de bergen wat meer kans op regen. De warmste delen van het land zijn de laaglanden bij Silezie. De herfst begint in september. Maar Polen kent ook een Gouden herfst. Dit is een herfst met heel wat zonnige dagen. Polen kent strengere winters dan in Nederland. In de bergen vriest het ca. 130 dagen per jaar.
Actuele weer in Polen
Flora en fauna
Polen staat bekend om zijn verscheidenheid aan flora en fauna. Er zijn moerasgebieden te vinden en zelfs nog overblijfselen uit de ijstijd, steppeplanten en toendravegetatie. In het oosten van Polen is nog het laatste restant van een machtig oerwoud dat een groot deel van Europa bedekte te vinden. Landbouw neemt in Polen een belangrijke plaats in. De bossen in Polen bestaan overwegend uit naaldbomen. In de hoger gelegen delen van Polen vindt men ook wel sparren en pijnbomen. In sommige delen van Polen zijn nog zeldzame dieren te vinden, zoals de lynx, de wilde kat, de bever en de wolf. Polen is ook een geliefd land voor vogels, adelaars en ooievaars leven er volop. In het gebied rond camping Mirsk zijn er vele reeen en herten te vinden.
Kijkt u voor meer informatie over Polen bij de button links in het menu.
Webcams Szklarska Poreba en Karpacz
Poolse woorden en zinnen voor beginners
Basiswoorden
Ja - Tak - tak
Nee - Nie - njé
Dank u - Dziékuje - djENkoejé
Ik begrijp het niet - Nie rozumiem - njé rozoemjem
Ik begrijp het - Rozumiem - rozoemjem
Goedemorgen/Goedenmiddag - Dzién dobry - djenje dobri
Goedenavond - Dobry wieczor - dobri vjetsjoer
Goedenacht - Dobranoc - dobranots
Tot ziens - Do widzenia - do viedzenja
Proost! - Na zdrowie! - na zdrovjé
Winkelen
Winkel - Sklep - sklep
Bakkerij - Piekarnia - pjekarnja
Boekwinkel - Ksiegarnia - ksjENgarnja
Apotheek - Apteka - apteka
Postkantoor - Poczta - potsjta
Slager - Miesny - Miesnie
Het menu
Soep - zupa
Brood - chleb
Vleesgerechten - dania miesne
Visgerechten - dania rybne
Gevogelte - dania z drobiu
Dessert - deser
Worst - kielbasa
Gehaktballen - klopsiki
Zalm - losos
Soort ravioli - pierogi
Bier - piwo
Water - woda
Sap - sok
Koffie - kawa
Melk - mleko
Suiker - cukier
Thee - herbata
Wijn - wino
Cake - ciasto
IJs - lody
Getallen
0 - zero - zero
1 - jeden - jeden
2 - dwa - dva
3 - trzy - tsji
4 - cztery - tsjteri
5 - piec - pjENtsj
6 - szesc - sjesjtsj
7- siedem - jedem
8 - osiem - osjem
9 - dziewiec - djevjENtsj
10 - dziesic - djesjENtsj
Tijd
Vandaag - dzisiaj - djiesjl
Gisteren - wczoraj - vtsjorl
Morgen - jutro - joetro
Vanavond - dzisiejszej nocy - djiesjeesjee notsi
Een minuut - jedna minuta - jedna minoeta
Een half uur - pol godziny - poew godjieni
Uur - godzina - godjiena
Dagen van de week
Zondag - niedziela - njedjela
Maandag - poniedzialek - ponjedjawek
Dinsdag - wtorek - vtorek
Woensdag - sroda - sjroda
Donderdag - czwartek - tsjvartek
Vrijdag - piatek - pjANtek
Zaterdag - sobota - sobota
Top